Koksijde - Begraafplaats
In de tuin van de eeuwige rust is de dood een deel van het leven.

 

De nieuwe begraafplaats van Koksijde is naast de ter aardebestelling eveneens een rustplaats voor de levenden die ons laat mediteren in een groen kader en een open landschap.

 

Typologie van de omgeving

 

De site te Koksijde wordt enerzijds gekarakteriseerd door de geslotenheid bij het betreden van bestaande kerkhof en anderzijds door het weidse polderlandschap aan de overzijde. De geslotenheid is het gevolg van de bakstenen muur aan de straatzijde. Verderop is er de uitgesproken aanwezigheid van het vlakke polderlandschap. Sporadisch vindt men een groep bomen rond een hoeve, een rij knotwilgen of torens. Dit contrast in de beleving van de ruimte, zowel landschappelijk als architecturaal, werd verder uitgewerkt.

 

Typologie van het project

 

Voor de reeds bestaande, klassieke Belgische begraafplaats werd een uitbreiding voorzien. Het uitgangspunt bij het ontwerpen van deze nieuwe begraafplaats en de herinrichting van de bestaande, was sereniteit en de waardering voor de overledenen.

 

De nieuw ontworpen begraafplaats bevond zich op een te laag gelegen gedeelte, waarbij de grond van het terrein niet voldeed aan de kwalitatieve eisen om deze dierbaren te begraven (te hoge waterstand – stortgrond). Vanuit deze problematiek ontstond er een vernieuwende positieve visie. Het nieuwe kerkhof kwam te liggen op een hoger gelegen tumulus (heuvel) omgeven door water, een verheven plek naar de hemel toe. Dit gegeven sluit aan bij het historische aspect dat kerken en hun nabijgelegen kerkhoven in het algemeen ook steeds op de hoogste punten van het respectievelijke landschap zijn gelegen. Vanuit technisch standpunt zal deze heuvel het probleem van de te hoge waterspiegel ten opzichte van het laag gelegen terrein oplossen.

De kwalitatieve slechte grond die moest worden afgegraven voor het waterbassin werd gebruikt voor de taluds (zowel een talud als grens met het nabijgelegen containerpark als voor de tumulus zelf). Goede landbouwersgrond werd gebruikt voor de eigenlijke inrichting van de graven.

De uitgegraven kuil resulteerde in een rustgevend watervlak.

 

Afscheidsruimte

 

Aan het einde van de heuvel, tegen de waterkant aan, is de omsloten afscheidsruimte volledig in een betonconstructie uitgewerkt. Deze constructie zorgt enerzijds voor een visuele buffer naar het verder gelegen containerpark toe, en anderzijds werd er een omsloten ruimte gecreëerd waar in alle rust afscheid genomen kan worden van de overledene.

Het binnenplein, dat dienst doet als ontvangstruimte brengt een devote uitstraling met zich mee. De zitbanken vormen één geheel met de constructie en accentueren de binnenruimte. Vier lindebomen (Tilia cordata ‘Greenspire’) zullen een groen bladerdak vormen boven de betontafel, waar tijdens het afscheidsritueel de kist komt te staan.

Net boven het watervlak is er een gaanderij, de stoa. Hierlangs ligt een benedenterras dat net boven de waterspiegel ligt. Dit is een rustplaats voor de geest, een meditatieruimte.

 

Water

 

Het water rond de nieuwe verheven begraafplek heeft een dubbele functie. Enerzijds verwijst het naar het polderland met zijn typische grachten en afvloeiingskanalen en anderzijds heeft het een praktische functie als afvoer bij hoge waterstanden.

Maar water symboliseert ook het leven. Door het spiegelend karakter van het watervlak worden hemel en aarde visueel met elkaar verbonden. Het aardse en transcendente ontmoeten elkaar.

 

Beplanting

 

Zowel de bestaande als het vernieuwde deel van de begraafplaats van Koksijde wordt gekenmerkt door een lineaire geleding van lanen. Bestaande en nieuw aangeplante paardekastanjes (Aesculus hippocastanum ‘Baumanii’) vormen de hooflanen met een doorkijk naar het achterliggende polderlandschap.

 

Het oude en nieuwe gedeelte van de begraafplaats werden verenigd door een omkaderende rij linden (Tilia cordata ‘Erecta’). Dit is een veel gebruikte boom bij begraafplaatsen in de westhoek.

 

De taluds van de nieuwe heuvel werden omsloten door een gordel van Buxus sempervirens (‘palm’ is eigen aan begraafplaatsen). Deze massieven zullen slechts gedeeltelijk gesnoeid worden en de flanken van de tumulus versterken. Tussen de buxusplanten werden onderaan urnestenen geplaatst. Tussen de klassieke graven werden afwisselende haagstructuren van haagbeuk (Carpinus betulus) en venijnboom (Taxus baccata) geplaatst. De groenstructuren breken de hardheid van de stenen zerken en vormen een harmonieus en vervlochten parkkarakter.

 

De singelbeplanting bestaat voornamelijk uit meidoorn (Crataegus monogyna), liguster (Ligustrum vulgare ‘Atrovirens’) en sering (Syringa vulgaris). Deze laatste wordt als een heg laag gehouden om het vlakke landschap naar Veurne toe optimaal te kunnen ervaren.

 

Met dit groene karakter van de begraafplaats is er ook gedacht aan het beheer. Het onderhoud zal zoveel mogelijk beperkt worden. De groenblijvende beplanting wordt, waar nodig, in vorm gesnoeid, of krijgt waar mogelijk, langs de gravenrijen en op de taluds, een uitgroeiende structuur.

 

Graven

 

Op de begraafplaats in Koksijde werden de verschillende vormen van graven mooi ingepast in het ontwerp. Naast de klassieke graven is er de columbariamuur, die meteen ook de keermuur vormt tussen het achterliggende containerpark en het wandelpad langs de vijver. Deze muur is 90m lang en wordt afwisselend opgevuld met columbarianissen en klimplanten van wilde wingerd (Parthenocissus tricuspidata ‘Veitchii’).

Aan de noordkant van de tumulus, in aansluiting met het watervlak, is er de verzonken strooiweide, een grasvlakte met een naambordmuur. Verder werden urnegraven in de taluds van de heuvel verwerkt.

 

In een tweede fase zullen, volgens het nieuwste decreet, graftombes geplaatst worden. Dit is een muur van 4 opeengestapelde zerken boven elkaar. Dit zal in twee lange rijen de begraafplaats aan de noordkant vervolledigen. Ze zullen omsloten worden aan zij-en achterkanten door een beukenhaag (Fagus sylvatica), en honingbomen (Sophora japonica).

 

buro voor vrije ruimte en OMGEVING

zijn één geworden